Dankbaarheid
Dankbaarheid past niet op één tegeltje
Op Instagram is dankbaarheid een toverstokje: schrijf drie dingen op en je leven is af. Vroeger ging zo'n belofte op een tegeltje in de gang. Onderzoekers keken nuchterder. De uitkomst is minder magisch, en een stuk leuker. Drie tegeltjes, en wat ervan overblijft.
Tegeltje 1: “Tel elke dag je zegeningen”

Onderzoekers lieten studenten zes weken lang hun zegeningen tellen. De ene groep deed dat één keer per week, de andere drie keer per week. Je raadt wie zich daarna beter voelde.
Fout. Alleen de groep die het één keer per week deed, voelde zich beter dan de groep die niets deed [1]. De onderzoekers vermoeden dat de ijverige groep het zat werd: het voelde minder vers en minder betekenisvol.
Je kunt je dankbaarheid dus doodknuffelen. Dit was wel één studie met studenten, het betekent niet dat een dagelijks dagboek niets doet. Maar er is dus een goede reden om het fris te houden!
En elke dag schrijven dan? Dat heeft een ander voordeel: het wordt sneller een gewoonte. Wat je elke dag op een vast moment doet, hoef je na een tijd niet meer te onthouden. In een onderzoek naar dagelijkse gewoontes ging het na gemiddeld 66 dagen vanzelf [2]. Meer daarover in Motivatie is overschat. Dagelijks is dus prima, zolang het geen invuloefening wordt.
Tegeltje 2: “Het is de gedachte die telt”

Nee, het is de brief die telt. En die sturen we niet, want dat is ongemakkelijk.
Onderzoekers lieten mensen een dankbrief schrijven en vooraf voorspellen hoe de ontvanger zou reageren. De schrijvers zaten er steeds naast. De ontvangers waren blijer en verraster dan voorspeld, en vonden het een stuk minder ongemakkelijk [3]. Ook vonden ze de brief warmer en beter geschreven dan de schrijver zelf had verwacht.
Wij zitten dus te zweten op de formulering, terwijl de ander allang blij is dat er post is.
Tegeltje 3: “Dankbaarheid is het beste medicijn”

Hier wordt het tegeltje gevaarlijk. Onderzoekers legden 27 studies met samen 3.675 deelnemers naast elkaar. Dankbaarheidsoefeningen hielpen een beetje tegen depressieve klachten en angst, maar het effect was klein [4].
Wat doet het dan wel?
In een bekend experiment schreven 201 studenten tien weken lang elke week iets op. Door loting noteerde de ene groep waar ze dankbaar voor was, de tweede haar ergernissen en de derde gewone gebeurtenissen [5].
Er zijn leukere dingen dan wekelijks aandacht geven aan wat je allemaal dwarszit. De dankbaarheidsgroep was tevredener over haar leven, optimistischer over de komende week en meldde minder lichamelijke klachten. Ze sportte ook meer:
sport per week, zelf opgegeven.
sport per week, zelf opgegeven.
Dankbaarheid is geen medicijn. Het is een kleine gewoonte waar je een beetje prettiger van wordt. Dat past alleen niet op een tegeltje.
Probeer dit
- Schrijf op waar je dankbaar voor bent, en houd het fris: wissel de vraag af, of sla gerust een dag over.
- Stuur vandaag één bericht naar iemand die je dankbaar bent. Het hoeft niet mooi geformuleerd.
- Heb je langere tijd last van somberheid of angst? Ga naar je huisarts. Dankbaarheid is een aanvulling.
Wil je ermee beginnen? Lees de vijf praktische tips voor journaling.
Bronnen
- Lyubomirsky, S., Sheldon, K.M., & Schkade, D. (2005). Pursuing happiness: the architecture of sustainable change. Review of General Psychology, 9(2), 111–131.
- Lally, P., van Jaarsveld, C.H.M., Potts, H.W.W., & Wardle, J. (2010). How are habits formed: modelling habit formation in the real world. European Journal of Social Psychology, 40(6), 998–1009. Artikel
- Kumar, A., & Epley, N. (2018). Undervaluing gratitude: expressers misunderstand the consequences of showing appreciation. Psychological Science. Samenvatting
- Cregg, D.R., & Cheavens, J.S. (2021). Gratitude interventions: effective self-help? A meta-analysis of the impact on symptoms of depression and anxiety. Journal of Happiness Studies, 22(1), 413–445.
- Emmons, R.A., & McCullough, M.E. (2003). Counting blessings versus burdens: an experimental investigation of gratitude and subjective well-being in daily life. Journal of Personality and Social Psychology, 84(2), 377–389.
Deel dit artikel
Een vraag of aanvulling?
Mail me